Remko Kamstra staat op een brug met op de achtergrond bomen en struiken.

‘De grootste innovatie voor de komende jaren is misschien wel vereenvoudiging’

29 oktober 2026

Remko Kamstra is een van de twee provinciemedewerkers in de Programmaraad van Fonds Fysieke Leefomgeving. Namens de provincie Overijssel brengt hij een perspectief in dat verder reikt dan de gemeentelijke praktijk: dat van een grote infrabeheerder die de komende jaren voor een enorme vervangingsopgave staat, terwijl de capaciteit in de markt steeds verder afneemt. “De Programmaraad is als een snoepwinkel vol plannen voor innovatie en ontwikkeling”, zei hij bij zijn aantreden. Inmiddels zit hij er ruim een jaar en is die verwondering gebleven. Maar heeft hij ook een scherpe boodschap: het moet eenvoudiger.

Remko is opgeleid in de infrastructuur en begon zijn loopbaan als projectleider bij een ingenieursbureau. Na zeven jaar stapte hij over naar de organisatiekant. “Ik merkte dat ik het veel interessanter vond om na te denken over waarom iets wel of niet werkt. Ik heb ooit vier dezelfde adviesopdrachten gedaan voor vier verschillende gemeenten. De ene werd een groot succes, de andere verdween in de la. Het plan was hetzelfde, maar de omgeving niet. Dat verschil wilde ik begrijpen.”

Die nieuwsgierigheid naar de menselijke en organisatorische kant van het werk is kenmerkend voor hoe hij nu in de Programmaraad zit. “Ik ben qua persoon iets minder inhoudelijk gedreven dan veel andere leden. Dat is hun kracht, en die heb ik niet. Mijn rol is vooral om te kijken naar de interactie, naar vernieuwing en naar hoe je dingen beter laat werken. Ik stel graag de vraag: wat is hier het nut van? Ik hoop daarmee iets toe te voegen aan alle kennis en expertise die al aan de raadstafel zit.” 

De snoepwinkel

Dat hij de Programmaraad een ‘snoepwinkel’ noemde, is niet toevallig. “Je krijgt als eerste zicht op innovatieve ideeën uit de hele sector. Kennisinstituten kijken een paar jaar vooruit en dienen voorstellen in voor financiering. Die bespreken we met elkaar. Daardoor zit je letterlijk met je neus bovenop nieuwe ontwikkelingen. Je kijkt als het ware in de toekomst van de sector.”

Wat hem daarin het meest aanspreekt, is niet alleen het idee, maar het patroon. “Je gaat zien waar de energie zit in de markt, waar partijen tegenaan lopen en welke innovaties echt potentie hebben om verschil te maken. Dat is de waarde die je er persoonlijk uithaalt.”

De vervangingsopgave en het echte tekort

De provincie Overijssel staat, net als veel andere overheden, voor een grote vervangingsopgave. “Wegen, bruggen en andere assets verouderen, terwijl de hoeveelheid werk de komende jaren juist toeneemt.” Toch zit het probleem volgens Remko niet in het geld. “We hebben onze opgave en de benodigde middelen redelijk goed in beeld en de middelen gereserveerd. Daarin verschillen we van het Rijk. De grootste uitdaging zit in de uitvoeringskracht.”

De hele bouw-, energie- en infrasector vissen in dezelfde vijver, ziet hij. “Daardoor ontstaat een groot tekort aan capaciteit. En we leiden veel goede projectmanagers op, maar specialisten met diepgaande kennis van bruggen, beton, asfalt of kunstwerken worden schaarser. Terwijl je die experts hard nodig hebt om projecten succesvol te realiseren.”

Remko noemt het een ontwikkeling die breder speelt. “We hebben altijd veel nadruk gelegd op het opleiden van generalisten, maar de nieuwe generatie leest geen handboek van honderden pagina’s meer. Die stopt het in ChatGPT en vraagt: wat moet ik hiermee? We hebben eigenlijk vooral juristen nodig in onze projecten om de contracten te doorgronden. Dat kan toch niet de bedoeling zijn?”

“Ik stel graag de vraag: wat is hier het nut van?”

Remko Kamstra

Samenwerking als sleutel

De oplossing zoekt Remko in samenwerking en standaardisering. “Niet voor het eigen hachje gaan, maar de opgaven samen op tafel leggen, prioriteren, programmeren en uitvoeren – met de markt erbij.”

Een concreet voorbeeld is het project Wegverleggers in Twente, een langjarige samenwerking tussen de gemeenten Enschede en Losser en marktpartijen. “Door opgaven te bundelen en langjarig samen te werken, ontstaat schaalgrootte. Projecten kunnen sneller worden uitgevoerd en bedrijven krijgen meer zekerheid. Dat maakt investeren in mensen, materieel en duurzaamheid aantrekkelijker.”

Binnen de provincie werkt Overijssel vanuit dezelfde gedachte aan het programma Inkoopkracht. “Daarbij bundelen we losse projecten tot grotere, meerjarige opdrachten en zoeken we nieuwe vormen van samenwerking met de markt. Het uitgangspunt is simpel: hoe meer voorspelbaarheid en continuïteit we bieden, hoe beter de sector kan investeren in de toekomst. Als je zekerheid biedt, ontstaat investeringsruimte.”

Standaardisering: niet honderden keren hetzelfde wiel

Diezelfde zekerheid is nodig bij standaardisering, benadrukt hij. “De komende twintig jaar moeten in Nederland bijvoorbeeld honderden bruggen worden vervangen of gerenoveerd. Als iedere brug opnieuw wordt ontworpen, verliezen we enorm veel tijd en geld. We kunnen ons niet veroorloven om honderden keren hetzelfde wiel uit te vinden.”

Hij vergelijkt het met de woningbouw, waar prefab allang gemeengoed is. “Daar is de standaardwoning al bedacht en wordt door alle bouwers toegepast. In de infrastructuur moeten we die stap nog zetten. We bedenken zelf een type brug, en dat is dan van ons. Waarom? Dat is deels trots, deels broodwinning. Iedere ingenieur wil graag die eigen brug ontwerpen. Maar de maatschappelijke opgave vraagt om een andere benadering.”

6Z9A6884 72dpi

Het fonds als aanjager

Voor Remko is de rol van het fonds daarin glashelder. “Het fonds financiert collectieve kennis, maar produceert zelf niets. Juist daardoor kan het onafhankelijk investeren in kennis die voor de hele sector van waarde is. Veel innovaties zijn voor één organisatie te groot of leveren pas op langere termijn rendement op. Dan gebeurt er vaak niets. Het fonds maakt het mogelijk om gezamenlijk te investeren in oplossingen waarvan uiteindelijk iedereen profiteert.”

Hij gebruikt hiervoor een metafoor: “Wij steken vaak niet het vlammetje aan, maar we blazen in het vlammetje. Iemand heeft een goed idee, heeft een duwtje nodig om het te testen en te versnellen. Dat is precies wat het fonds doet. Het investeert niet in het belang van één organisatie, maar in de vooruitgang van de hele sector.”

Herijking: de kracht van eenvoud

Dit jaar wordt het koersdocument van het fonds herijkt. Remko heeft daar een duidelijke opvatting over. “De afgelopen jaren hebben we veel kennis ontwikkeld in de vorm van normen, handboeken, richtlijnen en contractvormen. Dat heeft de sector veel gebracht, maar het heeft ook geleid tot toenemende complexiteit. Mijn overtuiging is dat de volgende stap niet ligt in méér regels, maar in slimmer en eenvoudiger toepassen.”

Hij zag dat ook terug in de sessies die hij bijwoonde. “Ik had verwacht dat de roep om nog meer handboeken en contractvormen groot zou zijn. Maar het tegendeel gebeurde. We waren het er snel over eens: het moet vooral eenvoudiger. De nieuwe generatie leest niet meer in een handboek van honderden pagina’s. We moeten kennis toegankelijker, begrijpelijker en beter toepasbaar maken.”

Dat betekent niet dat technische kennis minder belangrijk wordt, maar wel dat de vorm waarin die kennis wordt aangeboden moet veranderen. De contracten waarmee we werken zitten zo juridisch ingewikkeld in elkaar dat niemand het meer begrijpt, ook de experts niet.

“Begin nou eens met de handboeken en contracten die we hebben in klare taal op te schrijven. Scheid het kaf van het koren, kijk wat echt relevant is en schrap wat niet zoveel toegevoegde waarde meer heeft.”

“Wij steken vaak niet het vlammetje aan, maar we blazen in het vlammetje.”

Remko Kamstra

Provinciale blik

De koers tot 2030 draait om thema’s als klimaatadaptatie, assetmanagement en kennistoepassing. Voor Remko zijn ze alle drie urgent, en vooral onlosmakelijk verbonden. “Goed assetmanagement helpt ons de juiste keuzes te maken in onderhoud en vervanging. Kennisdeling is noodzakelijk omdat expertise schaarser wordt. En duurzaamheid en klimaatadaptatie zijn randvoorwaarden geworden voor vrijwel ieder project. Juist de combinatie van deze drie maakt het verschil.”

Hij voegt daar een urgentie aan toe die hij in de gesprekken steeds vaker hoort. “Ik merk dat collega’s gedemotiveerd raken van projecten die steeds complexer worden, waarbij ze vooral juristen nodig hebben om het te kunnen managen. Ze willen mooie dingen maken: een sluis aanleggen, een brug bouwen, zorgen dat de wegen goed zijn. Daar komen ze hun bed voor uit. We moeten oppassen dat we dat niet kwijtraken.”

Internationale voortrekkersrol

Nederland is internationaal al decennialang een koploper op het gebied van water, infrastructuur en bouwinnovatie. “Onze kennisinstituten, ingenieursbureaus en aannemers zijn wereldwijd actief. Om die positie te behouden moeten we blijven investeren in innovatie én kennisdeling. Het fonds speelt daarin een belangrijke rol. Wat we in Nederland bedenken, vindt vaak zijn weg naar projecten over de hele wereld. Een relatief kleine investering kan daardoor een enorme impact hebben.”

Persoonlijke impact

Waar hij over vijf jaar op hoopt terug te kijken? “Ik heb mijn hele loopbaan geprobeerd de inhoud van infrastructuur te verbinden met organisatieontwikkeling. Die combinatie wil ik ook binnen de Programmaraad inbrengen. Mijn ambitie is niet om nóg meer regels, handboeken en procedures te ontwikkelen. Ik hoop juist te hebben bijgedragen aan een sector die eenvoudiger samenwerkt, kennis beter toepast en innovatie toegankelijk maakt voor de praktijk. Als mensen over vijf jaar zeggen dat we dingen begrijpelijker en werkbaarder hebben gemaakt, dan ben ik tevreden.”

Remko Kamstra portret

Over Remko Kamstra

Remko Kamstra is lid van de Programmaraad van Fonds Fysieke Leefomgeving namens de provincie Overijssel. Hij is opgeleid in de infrastructuur, startte zijn carrière als projectleider bij een ingenieursbureau, waarna hij de overstap maakte naar organisatieadvies. Op dat gebied was hij jarenlang algemeen directeur bij een adviesbureau. In zijn werk richt Remko zich op de vraag waarom projecten wel of niet werken, en hoe je complexe opgaven werkbaar maakt. Als een van de twee provinciemedewerkers in de raad brengt hij een perspectief in dat verder reikt dan de gemeentelijke praktijk.

Logo provincie overijssel
Contact

Fonds Fysieke Leefomgeving
Horaplantsoen 18
6717 LT Ede

Harold Schonewille
06 22 52 61 90 
harold.schonewille@fondsfysiekeleefomgeving.nl

Vragen

Met al uw vragen over Fonds Fysieke Leefomgeving kunt u contact opnemen met Harold. Hij is de programmasecretaris van het fonds. Bekijk eerst de veelgestelde vragen op onze contactpagina.

Nieuwsbrief

Regelmatig verstuurt Fonds Fysieke Leefomgeving een nieuwsbrief. Meld u aan en u ontvangt voortaan onze nieuwsbrief in uw inbox.