Inge van den Hoogen plant bloeiende Afrikaantjes in een park.

‘Je kunt niet alles tegelijk, dus moet je durven kiezen’

Interview: Inge van den Hoogen over vernieuwingsgolven, klimaat en samen leren

22 januari 2026

Na bijna twintig jaar werken voor gemeenten en ruim negen jaar in het fysieke domein, voelde het voor Inge van den Hoogen als het juiste moment om iets terug te doen. Sinds september is zij actief in de Programmaraad van Fonds Fysieke Leefomgeving.

Vanuit Nijmegen brengt ze brede ervaring mee: van wijkregie tot portfoliomanagement, van HIOR-toetsing tot grootschalige wijkvernieuwing. “Ik heb voldoende meegemaakt om te weten dat ik iets kan bijdragen én nog genoeg te leren heb.”

Van ‘nee’ zeggen naar ‘ja’ durven zeggen

De aanleiding om lid te worden van de Programmaraad was verrassend concreet. “Ik was gevraagd voor een rekenkamer in een kleine gemeente, maar daar heb ik uiteindelijk nee tegen gezegd. Toen merkte ik dat het begon te kriebelen: ik wilde iets naast mijn reguliere werk doen.” Tijdens het Nationaal Congres Beheer Openbare Ruimte werd ze aangesproken door twee zittende leden van de Programmaraad. “Een van hen stopte, en zij vroegen of het iets voor mij was.”

De keuze voor het fonds was snel gemaakt. “Ik wilde mijn netwerk verbreden en mijn wereld vergroten. In de eerste vergaderingen kwamen meteen onderwerpen voorbij waar ik nog geen expertise op heb. Dat vind ik juist interessant: het dwingt me om verder te kijken dan mijn eigen dagelijkse praktijk.”

‘Na twintig jaar is het tijd om kennis terug te geven

Inge werkt inmiddels 23 jaar voor gemeenten. “Als starter wordt er enorm in je geïnvesteerd. Na twintig jaar vond ik het tijd om mijn kennis kosteloos in te zetten voor anderen.” Haar loopbaan binnen Nijmegen is breed: van griffie en wijkregie tot het opzetten van een centraal planningsteam en het trekken van complexe opgaven in de openbare ruimte. “Daardoor kan ik een ander perspectief inbrengen dan alleen dat van beheer.”

Die brede blik is geen overbodige luxe in een stad als Nijmegen. “We zijn de oudste stad van Nederland. Veel openbare ruimte is toe aan vervanging, terwijl we nauwelijks kunnen uitbreiden. We zijn in tien jaar gegroeid van 160.000 naar 190.000 inwoners. Dat vraagt iets van de bestaande stad, en dus van de openbare ruimte.”

“De vernieuwingsgolf is voor mij geslaagd als uiteindelijk het merendeel van de bewoners tevreden is en niemand doodongelukkig.”

Inge van den Hoogen

Opgavetrekker vernieuwingsgolf: sturen op het ‘wat’

Als opgavetrekker van de vernieuwingsgolf openbare ruimte is Inge opdrachtgever voor de integrale aanpak van vijf buurten. “Ik ga over het wat, de projectleider over het hoe.” Ze bepaalt de volgorde van aanpak op basis van technische staat, klimaatadaptatie en andere urgente opgaven.

Die integraliteit maakt het werk complex, maar ook betekenisvol. “We maken buurten toekomstbestendig: met aandacht voor hittestress, waterafvoer, veranderende parkeernormen en de energietransitie.” Tegelijkertijd is afstemming met andere partijen voortdurend nodig. “Intern én extern. De woningbouwplannen van Stadsontwikkeling, de planning van netbeheerder Liander: alles grijpt in elkaar. Soms schuiven wij een buurt op om beter aan te sluiten, en dan verandert de planning elders weer.”

Parkeerplaatsen, klimaat en draagvlak

Een van de lastigste onderdelen is de omgang met bewoners. “Iedereen begrijpt het belang van klimaatadaptatie, maar veel mensen willen ook hun auto voor de deur houden. Discussies gaan vaak over het schrappen van parkeerplekken. Het blijft lastig om tastbaar te maken wat mensen daarvoor terugkrijgen.”

Daar komt bij dat financiën en doorlooptijden een onderbelicht puzzelstuk vormen. “De voorbereiding van een buurt kost al snel drie jaar. Dat botst met de gemeentelijke planning- en controlcyclus: het jaarlijkse ritme waarin budgetten worden toegekend, verantwoord en soms ook weer teruggehaald. Grote vernieuwingsopgaven laten zich nu eenmaal lastig in dat strakke jaar-op-jaar denken vangen. En als je ziet hoe groot de achterstanden zijn, weet je: we zouden sneller móéten. Maar uitvoering, capaciteit en middelen kunnen dat nog niet aan.”

Voor Inge is de vernieuwingsgolf geslaagd als bewoners zich erin herkennen. “Als het merendeel tevreden is en niemand doodongelukkig. En stiekem hoop ik dat de buurt daarna lange tijd ongemoeid kan blijven, al weet ik niet hoe realistisch die gedachte is.”

Inge van den Hoogen staat voor een muur met graffiti.

Klimaat als rode draad, niet als los thema

“Wat mij betreft heeft de wereld maar één acuut probleem: het klimaat.” In Nijmegen vertaalt zich dat naar concrete keuzes. “Een buurt hebben we fors naar voren gehaald omdat het water daar letterlijk tot aan de drempels stond.”

Volgens Inge is klimaatadaptatie inmiddels geen ‘extra’ meer. “Zes jaar geleden hadden we nog een kwartiermaker duurzaamheid. Nu zit het tussen de oren. Tegelijk blijft ontwerpen toetsen lastig.” Daarom was ze blij met een voorstel in de Programmaraad om duurzaamheidsrichtlijnen voor HIOR (Handboek Inrichting Openbare Ruimte) en vergelijkbare instrumenten te ontwikkelen. “Dat helpt om ambities concreet en toepasbaar te maken.”

Keuzes maken in een volle ruimte

De schaarste van de openbare ruimte vraagt om scherpe keuzes. “Bestuurders moeten durven zeggen: klimaatadaptatie en energietransitie gaan voor. Maar dat is ingewikkelder dan het klinkt.” Als voorbeeld noemt ze de Grote Markt in Nijmegen. “Mijn eerste reflex is vergroenen. Maar daar vinden de markt, kermis, Vierdaagsefeesten en demonstraties plaats. Dat moet ook kunnen.”

Om die afwegingen beter te maken, werkte Inge aan een vernieuwd ambitieweb, gebaseerd op het CROW-model maar verbreed met twaalf ambities binnen het fysieke domein. “Beleidsadviseurs bepalen samen welke drie ambities prioriteit krijgen. Zo maakt de opdrachtgever de keuzes, niet het uitvoerende team.” De eerste ervaringen zijn positief. “In anderhalf uur haal je enorm veel informatie op.”

Niet zelf het wiel uitvinden

Kennis delen is voor Inge vanzelfsprekend. “Ik heb de afgelopen jaren bewust geïnvesteerd in LinkedIn. Voor een afwegingskader voor middenspanningsruimten – de elektriciteitshuisjes en trafostations die nodig zijn voor het volle stroomnet – kreeg ik een uitstekend voorbeeld uit Stein. Voor ons centraal planningsteam sprak ik met Amersfoort en Apeldoorn.” Inmiddels is er een netwerk van tien middelgrote gemeenten. “Goede voorbeelden ‘Nijmeegs’ maken, dat werkt gewoon efficiënter.”

Inge van den Hoogen zit gehurkt naast 3D straatkunst. Het is een afbeelding van een openstaande koffer waarin een meisje met een hondje zit.

Van theorie naar uitvoering

Ze ziet ook duidelijke verschillen tussen gemeenten. “Veel gemeenten vernieuwen nog straat voor straat, vaak gekoppeld aan rioolvervanging. Hele buurten integraal aanpakken biedt veel meer kansen voor hergebruik van materialen en het realiseren van ambities.”

Dat is precies waar Fonds Fysieke Leefomgeving voor Inge het verschil maakt. “Het fonds ondersteunt kennis die je direct kunt toepassen. Overheden staan voor dezelfde uitdagingen en versterken elkaar.” De rol van de Programmaraad ziet zij dan ook scherp: “Beoordeel elk plan op impact in de praktijk. Theorieboeken zijn er genoeg. De uitvoering moet centraal staan.”

Zelf wil ze zich binnen de Programmaraad vooral inzetten voor wijkvernieuwing en bewonersparticipatie. “Dat zijn onderwerpen waar projecten soms lastig van de grond komen, terwijl de behoefte groot is.”

‘Ik hoop dat het tactische gat over tien jaar dicht is’

Waar Inge het meest trots op is? “Dat we stap voor stap de samenwerking en processen in het fysieke domein verbeteren: via HIOR, portfoliomanagement, een centraal planningsteam en nu het ambitieweb. Het maakt het werk duidelijker en prettiger, en dat merkt uiteindelijk de bewoner.”

Met ‘tactische gat’ verwijst Inge naar de ruimte tussen beleid en uitvoering: waar ambities groot zijn, maar het voor projectteams nog te vaak onduidelijk is hoe die ambities concreet, betaalbaar en uitvoerbaar worden. “Ik hoop dat we over tien jaar niet meer hoeven te praten over dat gat, omdat we het samen hebben dichtgelopen.”

Gewoon proberen

De drang om dingen gewoon te proberen, stopt voor Inge niet bij de stadsgrenzen van Nijmegen. Tijdens carnaval maakte ze een foto van de stapels plastic bekers in een feesttent in Oss, waar ze woont. Ze plaatste die op LinkedIn met een simpele oproep aan de gemeente: waarom hier geen statiegeldsysteem?

“Als we dat in Nijmegen bij de Vierdaagsefeesten kunnen, moet het in een afgesloten feesttent ook lukken, toch?” lacht ze. “Komend carnaval ga ik kijken of mijn oproep is gehoord.”

Inge van den Hoogen

Over Inge van den Hoogen

Inge werkt al bijna twintig jaar voor de gemeente Nijmegen. Zij is opgavetrekker van de vernieuwingsgolf openbare ruimte, waarin vijf buurten integraal en toekomstbestendig worden vernieuwd. Eerder vervulde zij onder meer rollen als wijkregisseur (sociaal en fysiek), kwartiermaker van het centraal planningsteam en begeleider van de HIOR-toetsing.

Inge beweegt zich graag op het snijvlak van strategie en uitvoering en zet zich in voor klimaatadaptatie, integrale gebiedsontwikkeling en betere samenwerking binnen het fysieke domein. Sinds september 2025 is zij lid van de Programmaraad van Fonds Fysieke Leefomgeving.

Contact

Fonds Fysieke Leefomgeving
Horaplantsoen 18
6717 LT Ede

Harold Schonewille
06 22 52 61 90 
harold.schonewille@fondsfysiekeleefomgeving.nl

Vragen

Met al uw vragen over Fonds Fysieke Leefomgeving kunt u contact opnemen met Harold. Hij is de programmasecretaris van het fonds. Bekijk eerst de veelgestelde vragen op onze contactpagina.

Nieuwsbrief

Regelmatig verstuurt Fonds Fysieke Leefomgeving een nieuwsbrief. Meld u aan en u ontvangt voortaan onze nieuwsbrief in uw inbox.