Djorn Noordman is sinds maart 2025 lid van de Programmaraad van Fonds Fysieke Leefomgeving. Daarmee is hij van de zeven nieuwe raadsleden die dit jaar zijn gestart het ‘oudst zittende nieuwe lid’. Djorn is strategisch adviseur beheer openbare ruimte bij de gemeente Haarlem, die in de uitvoering ook verantwoordelijk is voor de gemeente Zandvoort. Vanuit die rol kijkt hij elke dag hoe dorp, stad, duingebied en infrastructuur elkaar kunnen versterken.
In de komende periode spreken we alle nieuwe raadsleden over hun inzichten, drijfveren en visie op de fysieke leefomgeving. Djorn trapt af. Hij stapte in de raad omdat hij gelooft in de kracht van gedeelde kennis: “Als we van elkaar leren, kunnen we echte stappen zetten. Het fonds zorgt dat kennis niet op een eiland blijft, maar wordt ontwikkeld voor iedereen die ermee aan de slag moet.”
Djorn kijkt dagelijks met een bijzondere bril naar de leefomgeving: die van een beheerder die schakelt tussen dorpse schaal in Zandvoort en stedelijke complexiteit in Haarlem. Wie Haarlem en Zandvoort kent, weet dat de centra een heel ander karakter hebben dan bijvoorbeeld de wijken die later zijn aangehecht. De oudere wijken rusten op zand, de jongere liggen vaak op veen en hebben andere kwetsbaarheden. Samen hebben Haarlem en Zandvoort 25 wijken en 120 buurten, elk met een eigen geschiedenis, ondergrond en sociale samenstelling. “Het mooie van onze regio”, zegt hij, “is dat je binnen tien minuten van de drukke centra naar de duinen en groene stadsranden fietst.”
Aan zijn boekenkast heeft Djorn recent het boek De fijne stad van Vincent Luyendijk toegevoegd. Een boek wat inspireert tot verbeelding, actieve betrokkenheid en waar het spel tussen gebruik, omgeving en basisvoorwaarden centraal staan. Het is vanzelfsprekend dat inwoners géén zorgen zouden moeten hebben over onveiligheid of water in de woning bij extreme weersituaties. Dat moet gewoon geregeld zijn. In die opgaven ziet hij de rol van Fonds Fysieke Leefomgeving helder terug: “Het fonds is de partij die kennis financiert waar álle gemeenten, provincies en waterschappen wat mee kunnen. Dat is cruciaal. Juist omdat we allemaal met dezelfde opgaven te maken hebben.”
Niet alleen in Haarlem en Zandvoort liggen een enorm pakket aan infrastructuur. Heel het land staat vol bruggen, kades, rioleringen en kunstwerken die vaak rond dezelfde periode zijn gebouwd. En dus rond dezelfde tijd aan vervanging toe zijn. “Dat zijn er tienduizenden”, zegt Djorn. “En gelukkig zijn ze niet allemaal uniek. Standaardisatie helpt ons in de renovatie- en vervangingsopgave, en dat is precies waar collectieve kennis voor bedoeld is.”
Iedere euro die wordt geïnvesteerd is een kans om de kwaliteit van de openbare ruimte te verbeteren. Djorn pleit daarbij voor een andere manier van programmeren: geen losse straatjes of pleintjes meer herinrichten, maar ‘buurtjes rijgen’. “Je werkt als het ware als een ketting”, legt hij uit. “In plaats van overal ad-hoc aan de slag gaan als iets versleten is – met over de wijk of stad vaak een ‘lappendeken’ als resultaat – kijk je naar wat er in een reeks aaneengesloten buurten speelt – technisch, sociaal, en qua ondergrond. Pas dan kun je echt toekomst- en opgavegericht werken.”
Dat beeld van de ketting verbindt hij met de rol van het fonds: dankzij kennisontwikkeling kunnen gemeenten dezelfde oplossingen gebruiken, dezelfde inzichten toepassen en sneller schakelen. “Zonder dat wiel telkens opnieuw uit te vinden.”
Duurzaamheid is voor Djorn lang niet meer alleen het ‘groene plaatje’. Het gaat over vakmanschap, constructieve materialen, levensduur, hergebruik en circulaire ketens. Een recent voorbeeld dat hij aanhaalt is het hergebruik van de opleggers van de A9 in de A44. Het is een project dat in de sector vaak wordt genoemd als hét bewijs dat waardebehoud loont.
Die denklijn trekt hij breder: materiaalstromen slim koppelen aan planning en programmering, circulaire financiering van projecten en zelfs verkennen hoe je uit regionaal vrijkomend hout constructiehoutproducten kunt maken.
Dat laatste is een droom die Djorn graag verder verkent. “Veel bomen die we kappen, vanwege veiligheid of stormschade, worden nu laagwaardig hergebruikt als compost of biomassa. Maar een deel van dat vrijkomend hout zou je kunnen verwerken tot constructiemateriaal. Waarom zouden we in de metropoolregio niet één gebouw neerzetten waarvan we weten: dit is gemaakt van gesneuvelde bomen uit West-Nederland?”
Djorn Noordman
Haarlem werkt voor de uitwerking van haar opgaven actief samen met andere gemeenten, maar ook met netbeheerders, terreinbeheerders en kennispartijen. In het gesprek benadrukt Djorn meerdere keren dat gemeenten geen concurrenten zijn.
“We moeten niet ieder voor zich uit te vinden welke kwast het beste schilderwerk levert”, zegt hij met een glimlach. “Als één gemeente iets leert, moet een andere het meteen kunnen toepassen. Daar is kennisdeling voor.”
Die gedachte sluit nauw aan bij de kern van het fonds: collectieve kennisontwikkeling die direct toepasbaar is, impact heeft, en professionals verder helpt.
Het fonds, zegt Djorn, moet blijven investeren in kennisproducten en -diensten die gemeenten helpen betere keuzes te maken. Van assetmanagement tot nieuwe participatievormen, van standaardisatie tot circulaire strategieën.
De fysieke leefomgeving gaat allang niet meer alleen over techniek. Participatie is minstens zo belangrijk. Hij noemt het voorbeeld uit de Haarlemse wijk Schalkwijk, waar duizend willekeurige inwoners werden uitgenodigd om een dag lang mee te denken over groenbeleid.
“Dat leverde in één dag niet alleen een advies op waar we normaal maanden over doen”, zegt hij. “We bereikten juist ook inwoners die nooit naar een inspraakavond komen.”
Ook noemt hij het Ramplaankwartier, een Haarlemse wijk die zélf het initiatief nam om van het aardgas af te gaan. “Het is bijna een dorpje naast de stad,” zegt Djorn. “Bewoners pakken initiatief, weten elkaar te vinden en werken samen met de gemeente en professionals zoals de TU Delft.”
Juist dat soort voorbeelden laten volgens hem zien dat toekomstbestendigheid niet alleen een technische opgave is maar vooral een sociale, waarbij participatie de kwaliteit van keuzes vergroot. En daar ziet Djorn ook voor het fonds kansen.
Aan het einde van het gesprek komt Djorn terug op een onderwerp waar hij extra enthousiast van wordt: Platform Groen Haarlem. Een platform met dertien betrokken Haarlemmers, van ecologen en een gepensioneerde hydroloog tot bomenwachters met ieder hun eigen achterban, waarin kennis en belangen vroeg in het proces bij elkaar worden gebracht.
Djorn: “Vroeger kwamen we elkaar vaak laat in de planvorming tegen, soms pas bij de inspraak op een plan of bezwaar op een verleende vergunning. Nu zitten we veel eerder met elkaar aan tafel. Vaak op het moment dat de contouren van een toekomstig project nog niet vastliggen. We vragen dan actief om input, wat we ‘beginspraak’ noemen. Een term die we overigens van Trefpunt Groen Eindhoven hebben overgenomen. Dat heeft het hele gesprek over groen in Haarlem gekanteld.”
Het platform laat volgens hem zien hoe rijk de stad is aan betrokken inwoners en experts. Iedereen kan bijdragen aan een leefomgeving die beter wordt.
Juist omdat Djorn dagelijks ziet hoeveel impact ruimtelijke keuzes hebben, wil hij via de Programmaraad bijdragen aan kennis die gemeenten, provincies en waterschappen verder helpt. “We doen het niet voor onszelf, maar voor wat het oplevert voor de leefomgeving”, zegt hij. Dat blijft voor hem de kern.
Djorn wil kennis ontwikkelen en delen die niet alleen Haarlem helpt, maar ook andere gemeenten, provincies en waterschappen. Hij ziet het fonds als een platform waar innovatie, praktijk en theorie samenkomen, zodat de fysieke leefomgeving toekomstbestendig is.
Djorn werkt al meer dan 25 jaar in het beheer, programmeren en vernieuwen van de openbare ruimte. Hij heeft ervaring met beheerprocessen, beleidsvoorbereiding en technische vernieuwing – met name gericht op duurzaamheid, vergroening en participatie. In zijn loopbaan heeft hij gewerkt in verschillende rollen, van assetmanagement, beleidsontwikkeling tot strategisch adviseren.
Harold Schonewille
06 22 52 61 90
harold.schonewille@fondsfysiekeleefomgeving.nl
Met al uw vragen over Fonds Fysieke Leefomgeving kunt u contact opnemen met Harold. Hij is de programmasecretaris van het fonds. Bekijk eerst de veelgestelde vragen op onze contactpagina.
Regelmatig verstuurt Fonds Fysieke Leefomgeving een nieuwsbrief. Meld u aan en u ontvangt voortaan onze nieuwsbrief in uw inbox.