Op 26 maart gaf de Programmaraad de aftrap voor de herijking van het koersdocument. Een paar maanden later is er veel gebeurd. Drie delegaties, acht werksessies, vele waardevolle inhoudelijke gesprekken. Achter de schermen van Fonds Fysieke Leefomgeving wordt hard gewerkt aan de koers tot 2030.
Dat is geen vrijblijvende oefening. De fysieke leefomgeving verandert snel: klimaatopgaven, woningbouw, energietransitie en bereikbaarheid komen steeds vaker samen in dezelfde schaarse ruimte. Het fonds wil zeker weten dat de kennis die het financiert, ook echt aansluit bij wat er in de praktijk nodig is. Daarom wordt het koersdocument grondig herijkt.
“Wat er achter de schermen gebeurt – de sessies, de debatten, de afwegingen – dat is minstens zo belangrijk als de formele bijeenkomsten”, zegt programmasecretaris Harold Schonewille. “De herijking is een apart traject, naast de reguliere vergaderingen van de Programmaraad. En het is intensief.”
De herijking is een apart traject, naast de reguliere vergaderingen van de Programmaraad. De Raad van Toezicht wordt nauw betrokken: zij toetst de voorstellen en heeft een belangrijke rol in de uiteindelijke besluitvorming. Het proces wordt begeleid door een extern bureau, dat de sessies faciliteert en de inzichten bij elkaar brengt.
Om de herijking goed voor te bereiden, is de Programmaraad verdeeld in drie delegaties: Inrichting, Beheer en Realisatie. Elke delegatie bestaat uit vijf tot zes leden, afkomstig uit verschillende gemeenten en provincies. Samen vormen zij een dwarsdoorsnede van de kennis en ervaring die in het werkveld aanwezig is.
Elke delegatie heeft drie werksessies gehad – in april, mei en juni. In totaal zijn dat negen intensieve bijeenkomsten, verspreid over drie maanden.
“Deze mensen doen dit onbezoldigd, uit pure betrokkenheid”, benadrukt Harold. “Ze investeren niet alleen hun tijd in de sessies zelf, maar bereiden zich ook voor, sparren tussendoor met collega’s in hun eigen organisatie en nemen die inzichten weer mee terug naar de volgende bijeenkomst. Het is een continue wisselwerking tussen het fonds en de praktijk.”
De sessies hebben een vaste structuur. In de eerste ronde verkennen de delegaties de trends en ontwikkelingen in hun eigen domein. Wat is er veranderd sinds het vorige koersdocument in 2022? Welke nieuwe opgaven dienen zich aan?
“De vragen die op tafel liggen, zijn niet vrijblijvend”, zegt Harold. “Het gaat over complexiteit, over integraliteit, over uitvoerbaarheid. Hoe voorkomen we dat ambities stapelen tot iets onuitvoerbaars? Hoe houden we regie in een wereld waarin steeds meer partijen een claim leggen op dezelfde vierkante meter?”
In de tweede ronde worden die inzichten verdiept en getoetst. En in de derde ronde worden ze vertaald naar concrete kennisbehoeften en prioriteiten voor het fonds.
“Wat je ziet, is dat de drie delegaties in grote lijnen dezelfde dingen signaleren”, zegt Harold. “Maar ze hebben het nog niet met elkaar besproken. Dus de kunst is om die inzichten bij elkaar te brengen en te kijken: waar zitten de overeenkomsten, en waar zit de 10 procent waar we het nog niet over eens zijn?”
Die 10 procent gaat vaak niet over inhoud, maar over taal. Verschillende vakgebieden gebruiken verschillende begrippen voor hetzelfde fenomeen. Wat de ene delegatie ‘kwaliteit’ noemt, heet bij de andere ‘prestatieniveau’. Wat de een ‘risico’ vindt, is voor de ander ‘onzekerheid’. Zolang die begrippen niet op één lijn liggen, blijft het lastig om echt tot een gedeelde koers te komen.
“Je moet elkaar eerst verstaan voordat je kunt bepalen waar je naartoe wilt”, zegt Harold. “Dat kost tijd, maar het is essentiële tijd.”
Een voorbeeld: de delegatie Inrichting benadrukt steeds meer de behoefte aan integrale afwegingskaders – hoe weeg je groen, water, wonen en infrastructuur tegen elkaar af in een gebiedsontwikkeling? De delegatie Beheer benadrukt juist het belang van uitvoerbaarheid: kun je al die ambities straks ook daadwerkelijk onderhouden? En de delegatie Realisatie kijkt naar de markt: zijn er nog aannemers die al die eisen kunnen uitvoeren zonder dat het onbetaalbaar wordt?
Drie invalshoeken, één vraag: hoe zorgen we dat de kennis die het fonds financiert, écht werkt in de praktijk?
Harold Schonewille
Uit alle sessies bij elkaar zijn tot dusver vier richtinggevende thema's naar voren gekomen. Deze thema’s zouden de pijlers van het nieuwe koersdocument kunnen worden. Harold: “Dat kan nog veranderen, want we zijn halverwege het jaar en daarmee halverwege de herijking. Maar deze contouren klinken mij tot nu toe logisch in de oren.”
Hoe behouden publieke organisaties regie in een steeds complexer wordend speelveld? Welke kennis moet publiek blijven, en welke taken kun je uitbesteden?
Hoe maak je ecologische en sociale waarden afweegbaar naast economische? Hoe combineer je klimaat, biodiversiteit, woningbouw en bereikbaarheid in dezelfde schaarse ruimte?
Door verdeling van spaarzame ruimte gaan boven- en ondergrond elkaar steeds meer raken. De ondergrond raakt steeds voller. Kabels, leidingen, warmtenetten, riolering – alles wil een plek. Tegelijkertijd moet bovengronds ruimte blijven voor groen, water en een leefbare omgeving. Dit vraagt om een integralere benadering.
Beheer wordt meer en meer gezien als een strategische schakel. “Wat je ziet, is dat beheerders steeds vaker al in de planvorming aanschuiven”, zegt Harold. “En dat is terecht, want zij weten wat er in de praktijk werkt.”
Harold schetst hoe de complexiteit er in de praktijk uitziet. “Een gemeente heeft een gebied waar ze iets willen ontwikkelen. Er ligt een warmtenet, er moeten klimaatadaptieve maatregelen worden getroffen, er moeten woningen komen. Maar volgens alle kaders is er geen ruimte meer voor bomen. En zonder bomen wordt die wijk onleefbaar.”
De vraag die dan op tafel ligt: hoe maak je een integrale afweging? “Daar is enorme behoefte aan”, zegt Harold. “Bij de kennisproducten die ontwikkeld worden moet daar dus rekening mee gehouden worden, zodat beleidsmakers dit kunnen gebruiken in voorstellen. Het moet voorkomen dat we maatregelen gaan stapelen, we willen het praktisch toepasbaar houden.”
Een andere opgave die uit de sessies naar voren komt: de manier waarop kennis wordt aangeboden, moet mee veranderen. De wijze waarop professionals leren verandert.
“Mensen die nu nog in de civiele techniek willen studeren, dat worden er steeds minder”, constateert Harold. “Gemeentes nemen nu al mensen aan met een heel andere achtergrond – geschiedenis, sociale wetenschappen – en leiden hen zelf op.”
Dat betekent dat kennisproducten niet alleen inhoudelijk actueel moeten zijn, maar ook in een vorm die past bij hoe professionals van nu werken. “De basis wordt nog steeds vastgelegd in een richtlijn, maar het helpt om deze bijvoorbeeld praktisch te maken met een serie van tien YouTube-filmpjes. Simpelweg omdat dit voor de professional van nu net zo handig werkt als een dikke handleiding”, zegt Harold.
“We zien dat de professional van nu ook gebruikmaakt van de nieuwste digitale technieken. Dat betekent dat ook de kennisproducten daarop moeten aansluiten.”
Harold Schonewille
Fonds Fysieke Leefomgeving financiert zelf geen kennisontwikkeling; het fonds laat kennis ontwikkelen door onafhankelijke kennispartners zoals CROW, COB, RIONED en NEN. Die kennis wordt vervolgens beschikbaar gesteld aan alle overheden in Nederland.
De herijking van het koersdocument bepaalt straks waar het fonds zijn geld aan besteedt. Harold: “We gaan veel duidelijker kunnen zeggen: dit zijn onze uitgangspunten, dit vinden we belangrijk, en dit verwachten we van een kennisproduct. Geen producten voor de la, geen papieren tijgers. Maar kennis die écht toepasbaar is en die bijdraagt aan een betere fysieke leefomgeving.”
Eind november wordt het koersdocument vastgesteld door de Programmaraad. De Raad van Toezicht heeft daarin een belangrijke toetsende rol. Daarna volgt de implementatie in 2027.
“Als we dit goed doen, gaan we dus ook echt andere dingen vragen aan onze kennispartners”, zegt Harold. “Straks komt er gewoon een actief andere vraag uit. En daar zit de echte meerwaarde van dit hele proces.”
Harold is sinds 1 februari 2023 programmasecretaris van Fonds Fysieke Leefomgeving. In die rol is hij verantwoordelijk voor de voorbereiding, coördinatie en uitvoering van de Programmaraad. Hij begeleidt de herijking van het koersdocument en is de verbindende schakel tussen de delegaties, de Programmaraad en de Raad van Toezicht. Daarnaast is Harold strategisch adviseur bij CROW. Met al uw vragen over het fonds kunt u contact opnemen met Harold via harold.schonewille@fondsfysiekeleefomgeving.nl.
Harold Schonewille
06 22 52 61 90
harold.schonewille@fondsfysiekeleefomgeving.nl
Met al uw vragen over Fonds Fysieke Leefomgeving kunt u contact opnemen met Harold. Hij is de programmasecretaris van het fonds. Bekijk eerst de veelgestelde vragen op onze contactpagina.
Regelmatig verstuurt Fonds Fysieke Leefomgeving een nieuwsbrief. Meld u aan en u ontvangt voortaan onze nieuwsbrief in uw inbox.