Rob Gaveel

‘Collectieve kennisontwikkeling is een groot goed.’

Rob Gaveel is een van de langstzittende leden in de Raad van Toezicht van Fonds Fysieke Leefomgeving. Zijn zittingstermijn van vier jaar liep laatst af, maar hij is opnieuw benoemd voor de komende vier jaar. Hoog tijd om Rob eens te bevragen over zijn werk voor Fonds Fysieke Leefomgeving.

‘Openbare werken’, zo heette vroeger wat we nu openbare ruimte noemen. Rob voelt zich er goed thuis. Opgeleid als verkeersplanoloog heeft hij nu al meer dan 25 jaar ervaring met leidinggeven op gemeentelijk en provinciaal niveau, met het beheer van de openbare ruimte als rode draad. Rob werkt nu als Bureauhoofd Programmering Openbare Ruimte bij de gemeente ’s-Hertogenbosch. Zijn huidige team houdt voor de gemeente de regie op de openbare ruimte en stuurt ook het (vervangings)onderhoud. “Den Bosch is de grootste gemeente waarvoor ik tot dusver gewerkt heb. Daarnaast heb ik ook ervaring opgedaan bij de provincie Noord-Brabant. En bij andere gemeenten zoals Apeldoorn, Oosterhout, Zundert, Zevenaar, Goirle en Ede”, vertelt Rob.

Gelijkgestemd maar toch anders
Het was bij die laatste gemeente dat hij in 2018 benaderd werd door Ton Hesselmans, voormalig programmasecretaris van Fonds Fysieke Leefomgeving. Of hij lid wilde worden van de Raad van Toezicht van het fonds. Rob: “Geen idee waar het voor was of waar het over ging, maar ik werd enthousiast en ging eens praten met Ton en de toenmalige bestuurder, Iman Koster. De raad was toen nog vrij klein. Lindy Molenkamp werd net voorzitter en met mij kwamen er twee andere nieuwe leden bij.”

Vooral van gezamenlijke kennisontwikkeling wordt Rob enthousiast. “Dat is zo belangrijk in het domein van de fysieke leefomgeving. Gemeenten, provincies en waterschappen hebben allerlei raakvlakken, ook in de letterlijke zin van het woord. Opgaven die over grenzen heengaan, zijn vaak van hetzelfde type. Het is hier vaker gezegd: je moet niet opnieuw het wiel uitvinden. Collectieve kennisontwikkeling is een groot goed.”

Werkplezier geeft hem ook de samenwerking in de raad. Dat de leden divers zijn in persoon en achtergrond is een voordeel. Rob: “Dan kijk ik ook naar de Programmaraad. We werken allemaal graag samen en elk van ons heeft een eigen visie. Wat ons bindt, is dat we gelijkgestemd zijn over wat in het land nodig is. Daardoor kunnen we de goede gesprekken voeren.”

Controleren, sparren en evalueren
De Raad van Toezicht houdt zicht op de algemene gang van zaken bij de bestuurder en de Programmaraad van het fonds. Rob: “Toezicht houden kan formeel en uit de hoogte overkomen. Wij controleren en sparren, in een doorgaans inspirerende sfeer.” Controle is nodig, benadrukt Rob. “Fonds Fysieke Leefomgeving verdeelt immers publiek geld. Waterschappen, provincies en gemeenten dragen elk hun euro’s bij, maar die worden opgebracht door ‘de Nederlander’. Logisch dus dat er een mechanisme bestaat om de bestuurder verantwoording te laten afleggen.”

Dat wordt ook bijgehouden en geëvalueerd. Onlangs heeft een extern adviseur de Raad van Toezicht kritisch bekeken en een evaluatie geschreven. Hoe doen we het? Rob: “Het is goed om naar jezelf als controlerend orgaan te kijken en naar de Programmaraad als ‘de denktank’. Wat de evaluatie laat zien is over het algemeen positief.”

Door de evaluatie ligt er ook stof voor een goed gesprek over de toekomst, bijvoorbeeld over leemten die we nog op willen vullen – zoals een extra lid van de raad, bijvoorbeeld vanuit een waterschap. Ook zijn er vragen over het impact maken als fonds, het op peil houden van de inkomsten, en de achterban die bijdraagt blijven betrekken.

‘We moeten verbreden en enthousiasmeren.
Samen staan we sterker met gedeelde kennis.’

Inperking heeft plaatsgemaakt voor verruiming
Na vier jaar fonds blikt Rob terug: “Op het oude FCK-CT – de voorloper van Fonds Fysieke Leefomgeving – kijk ik nu vooral terug als een inperking, met harde projecten. Nu zijn we vooral aan het verruimen zodat innovatie ruimte krijgt. Er is zo veel veranderd in het werkveld. Groen, klimaatbestendigheid, duurzaamheid en datagedreven werken zijn veel nadrukkelijker in beeld gekomen. Het werkgebied van het fonds is verbreed.”

Het fonds financiert dus niet meer alleen kennis voor ‘grijs’ en ‘hard’ maar speelt steeds meer in op ‘groen’ en ‘zacht’. Bijvoorbeeld hoe om te gaan met inwoners met groene eisen en wensen voor hun leefomgeving. Rob: “Daar zijn we in Nederland zoekende in. Het vraagt om specifieke kennis, best practices delen en handreikingen ontwikkelen bijvoorbeeld.”

Hij vervolgt: “En dat is exact waar de kracht van het fonds heel sterk ligt. Maar dan moeten we wel weten hoe de behoeften voor de kennisgebruikers eruitzien. Hoe zorg je ervoor dat collectieve kennis zoals een handleiding of standaard voldoende meerwaarde heeft? Over die en vergelijkbare vragen wordt binnen het fonds actief nagedacht.”

Samen groeien
Het koersdocument is voor het fonds de leidraad waarlangs de komende jaren gewerkt wordt. Rob: “In de nieuwsbrief van het fonds wordt regelmatig naar het koersdocument verwezen. Dat moeten we blijven doen. Daarin zit de kracht van collectieve kennis. Als lid van de Raad van Toezicht zet ik ook graag mijn netwerk in. Ik ga bijvoorbeeld het gesprek aan over nieuwe inzichten en belangen en ik verwijs ook naar de website van het fonds. Daarin kunnen we samen nog groeien.”

Nadenkend over de vraag hoe het fonds er over vijf jaar uitziet, komt Rob tot de conclusie dat het de lastigste vraag van het interview is. Rob: “Als ik de lijn doortrek die nu is ingezet, dus de verbreding van het vakgebied, dan leidt dat tot meer partijen voor kennisontwikkeling en het gebruik ervan. Op basis daarvan denk ik dat we over 5 jaar nog meer bijdragende partners hebben en de impact van het fonds kunnen vergroten.”

Rob tot slot: “De afgelopen twee jaar heeft het fonds actief gecommuniceerd. Dat leidde tot een kentering. Er is een toename aan afdrachten ontstaan. Dat moeten we vooral volhouden met zijn allen. Want dat biedt mogelijkheden om kennis verder te ontwikkelen en verspreiden. We moeten verbreden en enthousiasmeren. Samen staan we sterker met gedeelde kennis. Dat is wat mij drijft. Zoek elkaar op en investeer er gezamenlijk in voor de leefomgeving in ons land.”

Hebt u vragen over de projecten van Fonds Fysieke Leefomgeving? Wilt u bijdragen, een projectidee inbrengen of hebt u belangstelling voor samenwerking?

Neem dan contact op met Ineke Westerbroek, programmasecretaris van Fonds Fysieke Leefomgeving.

Contact

Fonds Fysieke Leefomgeving
Horaplantsoen 18
6717 LT Ede

06 20 65 57 59 | (0318) 695 322 
ineke.westerbroek@fondsfysiekeleefomgeving.nl

Aanmelden voor onze nieuwsbrief